zilverbekje

Zilverbekje

Het zilverbekje is een vogel die familie is van de prachtvinken. Ze komen voornamelijk voor in Afrika en in Saoedi-Arabië. Ze worden ongeveer 11 centimeter groot.

Herkenningspunten

Het mannetje en het vrouwtje zijn beide bijna identiek. De snavel is lichtgrijs tot zilver van kleur en de stuit van de vogels is zwart. Het verendek is lichtbruin tot donkerbruin van kleur. Er zijn al vele mutaties geweest waardoor deze herkenningspunten kunnen verschillen.

In een volière

Het zilverbekje is een zeer verdraagzame vogel die goed terecht kan in een gezelschapsvolière. Ze zijn sterk en kunnen prima in ons klimaat overleven. Een vorst- en tochtvrij binnenhok vinden ze echter wel fijn. Hier kunnen ze zich dan in terugtrekken mocht het te koud worden, of als er gevaar op de loer ligt.

De vogels bevinden zich in elke laag van de volière. Ze nemen ook graag een bad en worden snel vertrouwelijk.

Voedsel zilverbekje

Een zaadmengsel voor tropische vogels is voldoende als basis. Dit dien je echter wel aan te vullen met trosgierst, onkruid, graszaden en kiemzaad. Natuurlijk dienen ook deze vogels altijd te kunnen beschikken over maagkiezel en grit. Dit zorgt ervoor dat de zaden beter verteert kunnen worden. Tijdens het kweekseizoen is eivoer trouwens erg belangrijk. Hier zitten eiwitten in voor de jongen.

Herkennen man/vrouw

Het mannetje en de pop zijn nagenoeg identiek. Er wordt regelmatig gezegd dat het vrouwtje donker van kleur is. Dit is echter niet waar. Het enige verschil tussen man en pop is de zang. Alleen het mannetje zingt, het vrouwtje is vrij stil.

Kweken

Het zilverbekje gaat over het algemeen vrij snel over tot broeden. Ze zijn dan ook heel geschikt voor beginnende kwekers. Deze vogels, zijn net als de zebravink totaal niet kieskeurig over hun nest. Korfjes, verlaten nesten en ook nestkasten zijn zeer geschikt als nest. Dit vullen ze wel altijd zelf nog aan met sisaltouw, hooi, gras, veertjes, mos e.d, indien aanwezig. Er worden ongeveer 5 eieren door de pop gelegd welke na ongeveer 2 weken uitkomen. De jongen hebben zaden en eivoer nodig als diner. Vooral dit laatste is erg belangrijk, eivoer bevat namelijk essentiele eiwitten die de vogels nodig hebben om goed op te kunnen groeien. Na 3 weken vliegen de jongen uit, ze worden dan nog een aantal weken gevoerd. Wanneer ze zelfstandig zijn kun je ze best in de volière laten. Ze zullen geen ruzie maken met hun ouders of met andere vogels.

Extra opmerkingen

Het zilverbekje functioneert ook prima als pleegouder. Wanneer je eieren van andere vogels in hun nest legt, zullen ze ook deze helpen met opgroeien (of eventueel uitbroeden).